Nickerie.Net, dinsdag 10 april 2007


Nabestaanden gruwelen van amnestievoorstel ‘Vervolging decembermoorden geen politiek proces’

Ivan Cairo, 07/04/2007

Paramaribo - Vervolging van de Decembermoorden van 1982 is geen politiek proces. Niet de politiek heeft ervoor gezorgd dat er een strafrechtelijk onderzoek is gekomen, maar de nabestaanden. Nabestaanden van de vijftien vermoorde mannen gruwelen dan ook van de gedachte dat vanuit de NDP getracht wordt de strafrechtelijke vervolging van de vermoedelijke daders te torpederen. Indien getwijfeld wordt aan een eerlijke procesgang, zouden de twijfelaars kunnen vragen dat internationale waarnemers aanwezig zijn tijdens het proces.

 “Het proces van de 8 Decembermoorden is absoluut geen politiek proces, maar een puur strafrechterlijke. Het proces is niet geïnitieerd, noch gestuit voor verjaring door de Surinaamse regering of de politiek. Vervolging is ook nooit ingesteld door de procureur-generaal in het algemeen belang”, zegt Sunil Oemrawsingh, een van de nabestaanden, aan de Ware Tijd. “Wij eisen dat gerechtigheid plaatsvindt”. Juist omdat de staat en de politiek “deden alsof hun neus bloedde”, hebben de nabestaanden in 2000 een verzoek tot stuiting van de verjaring bij het Hof van Justitie ingediend. Uiteindelijk werd het Openbaar Ministerie opgedragen een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

Oemrawsingh: “De nabestaanden hebben zich hiervoor ingespannen, niet omdat zij er enig politiek belang bij hebben, maar omdat zij gerechtigheid wensen. Dat de regering van de Republiek Suriname, zoals het in een fatsoenlijke rechtstaat behoort, alles in het werk stelt om de rechtsgang ordelijk en veilig te laten plaatsvinden, juichen wij toe. Als men dat kwalificeert als “politieke bemoeienis” dan is dat een gedrocht”. Dat de NDP'ers Kenneth Moenne en Winston Wirth zich opwerpen als de nieuwe belangenbehartigers van hoofdverdachte Desi Bouterse “is hun verantwoordelijkheid, maar zij moeten ons als nabestaanden niet beschuldigen van een politiek proces. Dat verwerpen wij en wijzen het dan ook ten stelligste af”, zegt Oemrawsingh.

De huidige situatie baart wel zorgen, vervolgt hij, daar de nabestaanden respect voor de rechtstaat hadden verwacht van de NDP. Hij vermoedt dat enkele personen binnen de partij op solotoer zijn met een eigen persoonlijke agenda, omdat het grootste deel van de aanhangers uit fatsoenlijke burgers bestaat. Volgens hem negeren Moenne en Wirth de pijn en het trauma van de nabestaanden. Ook wordt geen rekening gehouden met het fundamenteel recht op leven en lichamelijke integriteit van iedere burger. “Brute moord bagatelliseren deze heren. Zij moeten wel weten dat er voor hun, ook anderen zijn geweest die vanwege hun eigen persoonlijk belang door dezelfde man die zij nu proberen te verdedigen, zijn opgedonderd om maar niet over ergere getroffen maatregelen te praten.”

“Indien deze heren vrezen dat het geen eerlijk proces zal zijn, laten zij als belangenbehartigers vragen om internationale waarnemers naar Suriname te sturen, om ervoor te waken dat Bouterse een eerlijk proces krijgt”, vervolgt hij. Tegenover Radio ABC stelde president van het Hof van Justitie, John von Niesewand, dat het verlenen van amnestie aan de daders tot de mogelijkheden behoort, maar het strafproces wordt onverkort voortgezet. “Het proces gaat gewoon door”. Het parlement zou zich later wel kunnen buigen over eventuele amnestieverlening.-.

Bron/Copyright:

Nickerie.Net/ de Ware Tijd

,07-04-2007


Nickerie.net extra:

zie meer op www.decembermoorden.com

 

Openbrief:

 

van : Gerard Spong

voor : 8 december moorden-herdenking

datum : 8 december 2006 jvl

Vandaag, 24 jaar na de brute moorden op 15 dierbaren, die destijds de moed en energie hadden hun nek uit te steken, zitten we nog steeds in deze kerk bijeen. We zijn hier in de eerste plaats bijeen om de betrokkenen te herdenken en hun dierbaren daarbij steun te betuigen. Maar we zijn hier naast deze solidariteit ook bijeen als een uiting van stil protest tegen dat ontzettende drama van toen. En in dit protest ligt ons niet te stillen verlangen besloten dat de daders van deze gruwelijke affaire op korte termijn berecht zullen worden.

Gerard SpongGerard Spong

Die fase van berechting is in dit jaar aangebroken, maar zij verloopt zeer traag. In februari van dit jaar wees de krijgsraad in Paramaribo het bezwaarschrift van de verdachten tegen de aan hen uitgereikte kennisgeving van verdere vervolging af. De beslissing hield in dat het verweer van onvoldoende aanwijzing van schuld werd verworpen. Volgens de krijgsraad was niet gebleken dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter die later zal oordelen de ten laste gelegde feiten geheel of ten dele bewezen zal achten. Tegen deze voor de verdachten negatieve uitspraak is hoger beroep ingesteld bij het hof van justitie. De procedure in hoger beroep verloopt buitengewoon traag en dat valt te betreuren.

Zoals de beroemde Engelse Lord Denning en Lord Heward ooit opmerkte: Justice should not only be done, but should manifestly and undoubtedly be seen to be done. Deze Engelse slogan brengt kernachtig tot uitdrukking dat een rechtsstaat niet zonder rechtshandhaving kan, en dat deze rechtshandhaving voor het publiek duidelijk zichtbaar moet zijn. De trage rechtsgang staat op gespannen voet met dit heldere adagium.

Met een beklag/bezwaarschrift-procedure heeft de wetgever een summier onderzoek beoogd. In dat summiere onderzoek toetst de rechter marginaal of er een grond voor verdere vervolging en berechting aanwezig is, en zijn oordeel is voorlopig. Dit summiere karakter en het voorlopige oordeel is ook de reden dat in de rechtspraak wordt aanvaard dat de enkele omstandigheid dat dezelfde rechters die over het bezwaarschrift hebben geoordeeld en dat ongegrond hebben verklaard er niet aan in de weg staat dat zij vervolgens deelnemen aan het inhoudelijke onderzoek ter zitting. Uiteraard verdient het de voorkeur dit zoveel mogelijk te voorkomen, maar dat is niet altijd mogelijk en soms uit efficiency-overwegingen ook onwenselijk. Zo toetst in Nederland de zittingsrechter standaard daaraan voorafgaand een eventueel ingediend bezwaarschrift tegen de dagvaarding.

Suriname heeft 11 rechters. Na aftrek van de rechter-commissaris en de drie leden van de krijgsraad blijven er 7 over. De krijgsraad kent een vaste voorzitter, te weten mr Pultoo. Dat betekent dat er voor verversing in eerste aanleg en hoger beroep 6 rechters overblijven. Het is niet onmogelijk, maar wel krap en dat betekent dat persoonlijke omstandigheden geen roet in het juridisch eten kunnen gooien.

De verwachting is dan ook dat het hof op zeer korte termijn zal beslissen en in maart 2007 met de inhoudelijke behandeling kan worden gestart. Dat moet ook zo langzamerhand wel omdat verdachten in een rechtsstaat aanspraak maken op berechting binnen een redelijke termijn.

Wordt die termijn, die afhankelijk is van de omstandigheden van het geval overschreden, dan pleegt de rechter dat met een strafvermindering in de strafmaat te verdisconteren. Daar zitten wij natuurlijk niet op te wachten.We zijn nu tien maanden verder na de behandeling in eerste aanlegen en het wordt dan ook de hoogste tijd dat het hof op korte termijn een einde maakt aan de martelende onzekerheid. De slachtoffers en hun nabestaanden zijn al door een hel gegaan en zij verdienen geen tweede hel in de vorm van een rechterlijke slow motion-procedure. Ons geduld wordt ernstig op de proef gesteld.

Bij het herlezen van de stukken trof mij nog één zinsnede in de beschikking van het Hof van Justitie d.d. 31 oktober 2000, waarbij de vervolging van de betrokken militairen en al diegenen die verder daarvoor in aanmerking komen, werd bevolen. Het hof oordeelde dat in het algemeen belang de mogelijke verjaring moest worden gestuit en droeg in het kader van dit algemeen belang de procureur-generaal op een gerechtelijk vooronderzoek te vorderen.

Het beroep op dit algemeen belang is om twee redenen opmerkelijk. De eerste is dat het hof hiermee krachtig afstand nam van de toenmalige Surinaamse premier Udenhout, die zich in 1984 verzette tegen justitieel onderzoek en daarbij dreigend tegen de speciale VN-rapporteur Wako opmerkte: “It might lead to violence again”.

De tweede reden is dat het algemeen belang in 2000 van dominante waarde werd geacht. Dat is volkomen terecht, omdat overal ter wereld massale moordpartijen uit politiek of ideologisch motief begaan kunnen rekenen op strafrechtelijke vervolging. Onlangs nog werd de voormalig premier van Uruquay gearresteerd voor twee politiek geïnspireerde moorden in 1976. En vorig jaar wees Henry Does terecht op het ontstaan van de diverse internationale tribunalen voor mensenrechten- schendingen in Joegoeslavië, Rwanda en Cambodja en binnenkort voor Darfoer.

De in 2000 in gang gezette vervolging past in deze internationale tendens. En de lessen die wij uit al deze tribunalen kunnen leren stemmen hoopvol. Het Joegoeslavië Tribunaal en het Rwanda Tribunaal hebben pittige strafvonnissen uitgesproken met straffen variërend van + 10 jaar tot levenslang. In veel van die vonnissen kregen militaire leiders die een zogeheten ‘command responsibility’ droegen de strafrechtelijke rekening voor die verantwoordelijkheid gepresenteerd in tientallen jaren gevangenisstraf.

Nu het niet voor twijfel vatbaar is wie in Suriname op 8 december 1982 de ‘command responsibility’ had, doet het Hof van Justitie er goed aan op korte termijn klare wijn te schenken.

Ik ben er dan ook rotsvast van overtuigd dat het recht in Suriname uiteindelijk zal zegevieren en de daders achter slot en grendel verdwijnen.


RAPPORT

OVER DE MENSENRECHTENSITUATIE

IN SURINAME

  

 INTER-AMERIKAANSE COMMISSIE VOOR DE MENSENRECHTEN

 Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS)


 OEA/Ser.L/V/II.61, doc.6 rev.

15 oktober 1983

Origineel: Engels, vertaald in het Nederlands

 

RAPPORT

OVER DE MENSENRECHTENSITUATIE

IN SURINAME

Vertaling: mr. dr. drs. H.B. van Aller, juli 2005

A.      CONCLUSIES

1. Gezien het bovenstaande, concludeert de Commissie dat ernstige schendingen van belangrijke mensenrechten, die zijn vastgelegd in de Declaratie van de Rechten en de Plichten van de Mens, zich in Suriname hebben voorgedaan. De rechten die het meest zijn geschonden worden hierna genoemd.

 

2. Het Recht op Leven, gezien de illegale executies uitgevoerd door geheime agenten en overheidsfunctionarissen. De Commissie is buitengewoon verontrust door de executies die plaats vonden in de Fort Zeelandia gevangenis in de nacht van 8 december 1982. Bij die gelegenheid werden vijftien prominente Surinaamse burgers standrechtelijk vermoord. Bovendien geeft de overweldigende hoeveelheid verkregen bewijs aan, dat de vijftien wreed werden gemarteld voordat zij werden vermoord. Aan hun dood werd direct of indirect deelgenomen door hoge overheidsfunctionarissen.

 

3. Het Recht op Gerechtigheid en een Eerlijk Proces, gegeven het feit dat er geen sprake is van een werkelijk onafhankelijke rechterlijke macht in Suriname sinds hoofdstuk I van de Grondwet van 1975 werd afgeschaft. Dat hoofdstuk voorzag erin dat rechters niet konden worden afgezet, nu is hun benoeming afhankelijk van de gevoelens van het Beleidscentrum. Bovendien bestaat de mogelijk-heid tot verzoeken om habeas corpus niet langer, een gevolg van het gebrek aan rechterlijke autoriteit in zaken die te maken hebben met misdrijven over de veronderstelde aantasting van de staatsveiligheid.[1] De Commissie stelt ook vast dat in verband met dit recht, het ontstane klimaat van angst, dat de juridische professie heeft doordrongen, onder andere heeft geleid tot de onwil van advocaten om een leidinggevende positie te overwegen in de Orde van Advocaten. Die angst leidde ook tot onwil van advocaten om politieke gevangenen te verdedigen. In de praktijk betekende dit, dat personen die werden beschuldigd van politieke misdrijven weerloos zijn.

 

4. Het Recht op de Vrijheid van Meningsuiting, gezien het feit dat er op het ogenblik geen sprake is van persvrijheid in Suriname. Het enige dagblad, evenals de radio en televisiestations die door de staat worden geëxploiteerd, staan onder officiële en volledige censuur. Journalisten worden veelvuldig bedreigd. Bovendien is het recht op de vorming van opinies, de vrijheid van meningsuiting en de verspreiding daarvan verder in gevaar gekomen, omdat de Raad van Ministers een decreet heeft goedgekeurd dat het bezit, de verspreiding, verkoop en invoer van enig werk, dat de nationale veiligheid of openbare moraal kan bedreigen, heeft verboden.

 

5. De Vrijheid van Vereniging, gezien het feitelijk verbod van politieke partijen en vrije vakverenigingen. Ook is dit verbod discriminatoir, omdat alleen de PALU partij, haar politieke activiteiten mag ont-plooien, omdat enkele hoge overheidsfunctionarissen daartoe behoren.

 

6. Politieke Rechten, gezien het feit dat het regeringsprogramma van 1983-1986 faalt om de politieke rechten veilig te stellen. Dit is vereist volgens de vastgelegde rechten in de Amerikaanse Declaratie van de Rechten en Plichten van de Mens, waarbij Suriname partij is. Die politieke rechten zijn: een politiek systeem gebaseerd op algemeen kiesrecht, geheime stemmingen en het recht van alle Surinamers om deel te kunnen nemen aan het openbaar bestuur. De Commissie stelt ook vast dat de instelling van de volkscomités, de volksmilities en andere gelijksoortige organisaties, meer nog dan het eenvoudigweg vestigen van nieuwe vormen van participatie, een ontwikkeling markeert welke erop gericht is deelname van alle Surinamers aan het bestuur van hun land op niet-discriminatoire grondslag, te voorkomen. Als gevolg daarvan is de Commissie van mening, dat de institutionalisering die thans wordt ondernomen er niet in slaagt het Surinaamse volk een vrije keuze te bieden, waarmee zij hun politieke bestemming kunnen selecteren.

 

7. Gezien de grootte en de ernst van de schendingen die zijn bedreven, maant de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Men-senrechten de Surinaamse regering aan, om zowel haar handel-wijze als haar wetgeving radicaal te verbeteren. Dit is nood-zakelijk om de democratische instituties te kunnen herinvoeren, inclusief een onafhankelijke rechterlijke macht, evenals respect voor de fundamentele mensenrechten.

 [1].  Niemand mag zijn vrijheid worden ontnomen dan op de wijze door de wet bepaald (artikel 12, eerste lid, Grondwet Suriname 1975); de mogelijkheid van ‘habeas corpus’, als iemand zijn vrijheid is ontnomen heeft hij het recht de rechter om zijn invrijheidstelling te vragen (artikel 12, tweede lid, Grondwet Suriname 1975). Uitleg in deze voetnoot door de vertaalster.

Bron: www.decembermoorden.com

WWW.NICKERIE.NET

E-mail: info@nickerie.net

Copyright © 2007. All rights reserved.

Designed by Galactica's Graphics